Menu
Winkelwagen

Hey Rabbijnen! Jullie Mogen De Titel 'Rabbijn' of 'Rabbi' Helemaal Niet Gebruiken Joh!

Aanvullend Israël Onderwijs

Vrouwelijke Rabbijnen in Jodendom

Rabbijn Sipporah Joseph

Focus Opleiding: Joodse Wortels Van De Bijbel Fundament


  • We dienen het volgende goed te begrijpen, aangezien dit feiten zijn:
      1. De Bijbel is Joods!
      2. Yeshua (Jezus) is Joods!
      3. Yeshua (Jezus) was en is geen Christen en niet de oprichter van het Christendom!
      4. Yeshua (Jezus) was en is een toegewijde Joodse rabbijn / rabbi, geen Christelijke voorganger / pastor / dominee!
      5. Yeshua (Jezus) ging niet naar een Christelijke Bijbelschool (Christendom bestond toen nog helemaal niet) maar hij heeft een Joodse rabbijnse opleiding genoten! Hij begon zijn loopbaan als rabbijn op z'n 30ste.
      6. Christendom bestond nog helemaal niet in Bijbelse tijden, ook niet in de tijd van het Nieuwe Testament (zoals Christenen deze Joodse brieven noemen. Wij, Messiaanse gelovigen noemen het de Briet Chadasja -Nieuwe Verbond-)
      7. Wist je dat het gehele onderwijs van Yeshua (Jezus) uit de Thora (eerste vijf boeken van de Bijbel) komt?
      8. Wist je dat het gehele onderwijs van de apostel Paulus (Rabbijn Shaul) uit de Thora komt?
        Alles uit de gehele Bijbel, inclusief de Joodse brieven die door Christenen het Nieuwe Testament genoemd wordt, dient langs deze meetlat gelegd te worden. Je Bijbelstudies worden hierdoor verrijkt, tezamen met je eigen persoonlijke godsdienst beleving. Het hoofdthema van deze les gaat simpelweg over het lezen van de context. Dit is zo belangrijk! Ik merk steeds weer dat Christenen niet de context lezen, omdat het hen ook niet geleerd is. Als je niet de complete samenhang kent, kan je ook niet de juiste conclusies trekken omdat je het onderscheidingsvermogen mist. Zo is het ook het geval met deze tekst.


        Mattityahu (Matteüs) 23: 7
        “…Gij zult u niet rabbi laten noemen…”

        Ik hoef je niet te vertellen dat er zeer veel tekst voor en na deze zinsnede staat. Toch worden er conclusies getrokken op basis van nog geen halve Bijbelvers. En deze conclusies, zoals ik ze gehoord heb, zijn vaak onjuist, ondeugdelijk.

        In de NBG vertaling staat er zelfs een opschrift boven: "Rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën (Proesjiem, Prushim)”. Dit geeft enigszins aan wat de context is van het hoofdstuk. Laten wij dit hoofdstuk nader bekijken, of beter gezegd WEL in de context lezen.

        • Vers 1: “Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende: De schriftgeleerden en de Farizeeën (Proesjiem, Prushim) hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel maar doen het niet.”
        • Vers 4: “Zij binden….”
        • Vers 5: “Al hun werken doen zij….”
        • Vers 6: “Zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden……”
        • Vers 7: “….en van de begroetingen op de markt en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen…”
        • Vers 8: “…want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.”
        • Vers 9: “En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.”
        • Vers 10: “Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.”
        • Vers 13: “Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”
        • Vers 14: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want….”
        • Vers 15: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”
        • Vers 16: “Wee u blinde wegwijzers…”
        • Vers 17: “Gij dwazen en blinden…”
        • Vers 23: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”
        • Vers 25: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”
        • Vers 26: “Gij blinde Farizeeër…”
        • Vers 27: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”
        • Vers 29: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën…”

        Nu kunnen we onszelf drie heldere vragen stellen en beantwoorden!

        1 Wat is de context?

        Een speech van Yeshua (Jezus) tegen een bepaalde groep godsdienst leraren (uit een zeer grote groep godsdienst leraren) die corrupt waren. Afwisselend sprak hij tegen zijn talmidim (leerlingen, discipelen) over hen en vervolgens rechtstreeks tegen hen.

        2 Tegen,- en over wie heeft hij het?

        De schriftgeleerden en Farizeeën die Jezus steeds volgden en hem een hak probeerde te zetten. De kleine groep van corrupte mensen die hem steeds aanvielen.

        3 Waar heeft hij het over?

        Hij ageert tegen de, zogeheten, Mondelinge Wet. Dit zijn ruim 4000 regels bovenop de regels die God ons heeft gegeven en die eenieder kan lezen in de eerste vijf boeken van de Bijbel (Thora). Apostel Paulus sprak hier ook tegen. Deze extra regels zijn de zware lasten en jukken voor het volk. Vaak onnodige regels die “het volgen van God” zwaar maken. Dit zijn de regels die door mensen bedacht zijn, bovenop de regels van God.
        Deze bepaalde groep was echter corrupt, naast het feit dat ze geloofden in de autoriteit van de Mondelinge Wet, omdat ze “Herodianen” waren. Zij maakten zich meer zorgen over hoe Rome over hen dacht, en daarmee Herodus die door Rome in een leiderschapspositie was geplaatst, dan God! Zij waren het corrupt deel van godsdienstig Israël.

         

        Wat Betekent Thora?

         

        Thora  | Pentateuch |  Wet | Verbond
        Thora betekent 'onderwijzing', 'instructie'.
        Stam = yareh = schieten om een doel te raken.
        Een term in boogschieten. Thora is dus helemaal geen 'eng' of 'kwaadaardig' woord! Het betekent gewoon 'instructie' en 'het doel raken'.

        In het Jodendom gelooft men dat de Schriftelijke of Geschreven Thora (Thora she-bi-chtav) en de Mondelinge Thora (Thora she-be-`al peh) beiden zijn gegeven aan ons bij de berg Sinai. De geschreven Thora zijn de eerste vijf boeken van de Bijbel. • De geschreven Thora kent 613 mitsvot (geboden), waaronder de bekende 10 geboden. Wij zeggen “Aseret haDibrot (De Tien Woorden)”. Deze worden ook begrepen als een zeer beknopte weergave of inleiding van de Thora wet.

        De 613 mitsvot (geboden) bestaan uit:

        • 248 positieve mitsvot (geboden) mitsvot aseh  (komt overeen met het aantal ledematen in ons lichaam)
        • 365 negatieve mitsvot (geboden) mitsvot lo taaseh (komt overeen met het aantal pezen en gewrichten in ons lichaam)

        In de Thora (Wet, geboden, Verbond) presenteert Adonai (Heer, titel voor God) Zijn gedachten, Zijn wil omtrent:

        1. Monotheïsme
        2. Huwelijk
        3. Feesten
        4. Shabbat
        5. Zakelijke transacties
        6. Strafrecht
        7. Eigendom en eigendomsrecht
        8. Landbouw
        9. Kleding
        10. Priesterschap
        11. Offers, tienden, belasting
        12. Reinigingswetten
        13. Behandeling van vreemdelingen (niet-Joden)
        14. Profetieën
        15. Letselschade

        et cetera

        Dus aan de hand van de Thora leren wij Hem beter kennen! Als we niets met de Thora te maken willen hebben, kunnen we ook niet stellen dat we van God houden of Hem kennen! In de Thora kunnen we namelijk zien wat Hij wel of niet apprecieert. De Thora is het fundament voor de gehele Bijbel inclusief de Briet Chadasja (Nieuwe Testament). Yeshua (Jezus) liet zien wie de Vader was omdat hij zich perfect aan het Verbond, de Thora, gehouden heeft.

        Met de Mondelinge Thora wordt voornamelijk de Talmoed bedoeld en in het Jodendom heeft de Talmoed het meest gezaghebbende autoriteit. Wij kennen ook de Shulchan Aruch (De woorden betekenen letterlijk 'gedekte tafel. Shulchan Aruch is een boek rondom de Joodse wetten wat ook de Halachah genoemd wordt). Het belangrijkste document naast de Talmoed is de Shulchan Aruch (gedekte tafel) met ruim 4000 regels/wetten!

        De Talmoed bestaat uit de Misjna en de Gemara.
        • Misjna; dit zijn de commentaren op de Tenach, schriftelijk vastgelegd rond 200 na Christus.
        • Gemara; dit zijn de commentaren, discussies en opmerkingen van de Amoraiem op de Misjna. Gemara is een Aramees woord voor ‘studie’ en wordt soms gebruikt om een onderdeel van de Talmoed mee aan te duiden.

        Misjna bestaat uit zes sedariem (hoofdafdelingen of ordeningen) met:
        - 63 tractaten
        - 525 hoofdstukken
        - 4178 halachot of misjnajot

        Dus.....Geschreven Thora = 613 regels/wetten. Mondelinge Thora = 4178 + 4000 = ruim 8178 regels/wetten!

        Wij, Messiaanse gelovigen, leggen het zware gewicht van autoriteit op de Schriftelijke Thora in plaats van op de Mondelinge Wet. In het Jodendom wordt aan de Talmoed meer autoreit toegekend dan de Bijbel. De Talmoed is een belangrijk verzamelpunt van de Mondelinge Joodse Leer en haar denkprocessen. Voor ons is de Geschreven Thora, of beter gezegd de gehele geschreven bijbel inclusief Briet Chadasja, van groter autoriteit dan de commentaren op de geschreven bijbel. Kan het zo zijn dat commentaren, de afgeleiden, belangrijker zijn dan de bron?

        Dit betekent echter niet dat wij, Messiaanse gelovigen, de Talmoed weggooien of minachten. Een deel van Yeshua’s woorden zijn ook te lezen in de Talmoed. Ook al leven wij niet naar de Mondelinge Joodse Leer maar naar de Geschreven Thora, zien we toch enkele bevestigingen van ons eigen Messiaans Joodse geloof in de Talmoed.

        “De Mondelinge Leer geeft weer hoe de Tora of Schriftelijke Leer voor de praktijk van het dagelijkse leven geïnterpreteerd wordt. Gedurende 35 generaties werd deze Leer mondeling van vader op zoon en leraar op leerling overgedragen. Pas in de tijd van Rabbi Jehoeda Hannassi (200 jaar n.d.g.j. na de gewone jaartelling) werd de Mondelinge Leer opgetekend in de Misjna. In de Talmoed (rond 500 n.d.g.j. na de gewone jaartelling) worden de achtergronden van de praktijkregels van de Misjna bediscussieerd.”
        Evers, Rabbijn mr. drs. R. De echte Tora: De geschiedenis van de Talmoed. Kok-Kampen, 1998. “Voorwoord“, p. 9.

        “Alles begint op de Sinaï. Het hele verhaal, de hele geschiedenis en de hele existentie van Israël heeft daar zijn oorsprong en nergens anders. JHWH maakt zich daar bekend aan Mozes en sluit een verbond met het volk. In dat raam maakt hij zijn geboden en verboden bekend. Men mag hierbij niet vergeten dat volgens het klassieke joodse denken God niet alleen de geschreven Thora aan Mozes gegeven heeft, maar ook de mondelinge Thora. Deze mondelinge Thora wed niet opgetekend, maar via mondeling onderricht overgedragen van geslacht op geslacht. De mondelinge Thora bestond uit toelichtingen en toevoegingen aan de geschreven Thora.”
        Willems, F. Gerard. Oog in Oog Met Het Vroegrabbijnse Jodendom. “Hoofstuk 1, De Vijf paren, Voor Onze Tijdrekening”. Altiora Averbode, 2014. p. 22.

         “De mondelinge Thora is zo een levend en veelkleurig geheel dat het volk begeleidt op zijn levensweg. Dit mondelinge onderricht werd nooit opgeschreven vóór de dagen van de rabbijnen van de Misjna. De hoger aangehaalde schriftelijke en mondelinge traditieketen van Avot loopt van Mozes naar Jozua en dan naar de Oudsten die Jozua overleefden en die de grote daden Gods gezien hadden (zie Jozua 24,31 en Rechters 2,7). Voor wat de profeten betreft die daarna komen, kan men denken aan Samuël tot en met Maleachi.”
        Willems, F. Gerard. Oog in Oog Met Het Vroegrabbijnse Jodendom. “Woord Vooraf”. Altiora Averbode, 2014. p. 22,23.

        “The Torah is the most authoritative section of the Bible. Its core is a body of commandments believed to have been revealed by God at Mount Sinai. The Bible defines the relationship between God and Israel in terms of a covenant, a contractual agreement. Biblical history is largely a chronicle of how the people fulfilled their covenantal obligations.”

        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part I, The Historical Framework. The Biblical Legacy“. New York: Routledge, 2009. p. 20.

        “The main foundation for all subsequent incarnations of Judaism is its body of sacred scriptures.“
        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part I, The Historical Framework. The Biblical Legacy“. New York: Routledge, 2009. p. 11.

        “Although the Jewish scriptures consists of the same works that are included in the Christian “Old Testament,” the differing nomenclature is crucial to any discussion of how those works function in a Jewish context.”
        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part I, The Historical Framework. The Biblical Legacy“. New York: Routledge, 2009. p. 11.

         

        De Titel “Rabbi”, of “Rabbijn”

        • Vers 7: “….en van de begroetingen op de markt en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen;
        • Vers 8: “…want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.”
        • Vers 9: “En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.”
        • Vers 10: “Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.”
        Betekent dit dat niemand zo genoemd mag worden? In de tijd van Yeshua (Jezus) was het zeer normaal dat een aantal leraren met smicha (rabbijnse bevoegdheid door middel van handoplegging), “rabbijn” genoemd werden.

        In de periode van de Tannaïem werd de titel ingesteld. Tannaïem waren leraren, waaronder rabbijnen (10 – 220 n.d.g.j. na de gewone jaartelling. ‘Tanna’ betekent ‘herhalers’, leraren’). Leerlingen van Sjammai en Hillel luidde het begin in van de Tannaiem.
        1. Titel ‘rabbijn / rabbi’ voor leraren met smicha (rabbijnse autoriteit, rabbinale autorisatie).
        2. Titel ‘rabban’ voor de voorzitter van het Sanhedrin

        “Voor de Tannaïem tot aan de verwoesting van de Tempel was het woord de benaming voor een leraar die een groep leerlingen rond zich geschaard had. Na de verwoesting werd ‘rabbi’ de officiële titel voor een geleerde die geordineerd was met de handoplegging (semicha, mSanhedrin 4,4) door de nasi en het Sandhedrin. Deze officialisering was zeker een feit toen rabban Gamliël van Javné nasi van het sanhedrin was. Wat de titel rabban betreft, deze betekent letterlijk ‘onze leraar’, maar het woord werd de klassieke aanduiding voor de leden van de dynastie van Hillel. Daarbij is de uitzondering rabban Jochanan ben Zakkai die geen afstammeling, maar wel een leerling was van de grote Hillel.”
        Willems, F. Gerard. Oog in Oog Met Het Vroegrabbijnse Jodendom. “Bet Sjammai En Bet Hillel”. Altiora Averbode, 2014. p. 64,65.

        “Rabban, Rabbi en Rav – drie titles die in het rabbijnse Jodendom aan geleerden werden toegekend. Rabban ('onze heer') is de eretitel van enkele voorzitters van het Sanhedrin vóór de opstand van Bar Kochba. De titel Rabbi werd in Palestina (Israël) gebruikt, Rav in Babylonië.“
        Cohen Stuart, G.H. Joodse Feesten En vasten: Een Reis Over De Zee Van De Talmoed Naar De Wereld Van Het Nieuwe Testament. Kok-Kampen, 2003.p. 359.

        “Verschaf je een leraar. Vertrouw niet op je eigen redenering, maar zoek een leraar die je de tradities goed kan bijbrengen (Rasjie). Ook al ben je net zo wijs of wijzer dan hij. Je zult beter leren en onthouden als je met een bekwaam leraar leert dan als je leert zonder leraar (Rambam, Rabbenoe Jona). Zelfs al ben je een groot geleerde, dan heb je nog steeds een meester nodig. Je moet ervoor zorgen dat je gemeenschap een Rav heeft (Tiferet Jisra’eel).”
        Evers, R. Pirkei Avos. Een Nieuwe Vertaling Met Klassieke Commentaren. Stichting Salomon/Boom. 2009.”Pirkei I, 1:6“. p. 37.

        “Ben Zoma zegt: “Wie is wijs? Die van iedereen leert, zoals gezegd is: ‘Van allen die mij hebben onderwezen, ben ik wijs geworden, want uw getuigenissen zijn het onderwerp van mijn gesprek’ (Psalm 119:99).”
        Pirkei Avot 4:1.

        “Een rabbijn of rabbi is een Joodse geleerde die een expert is op het gebied van de halacha, de joodse wet. Letterlijk betekent rabbijn leraar. De term rabbijn wordt tegenwoordig algemeen gebruikt om de spirituele leider van een synagoge aan te duiden. Zijn voornaamste rol is die van spiritueel raadgever, leraar, kenner van de joodse wet en vandaaruit de persoon die geschillen aangaande de joodse wet beslist. Een rabbijn die zitting neem in een Beet Dien (een joodse rechtbank) is vergelijkbaar met een rechter. Een rabbijn functioneert soms ook als chazan (voorzanger) in de synagoge en/of als ba'al koree (voordrager van de wekelijkse Thoralezing).”
        Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rabbijn

        “…Wijzen wees voorzichtig met wat jullie zeggen. Een leraar moet erop letten dat zijn woorden niet verkeerd geïnterpreteerd worden (Rasjie).“
        Evers, R. Pirkei Avos. Een Nieuwe Vertaling Met Klassieke Commentaren. Stichting Salomon/Boom. 2009.”Pirkei I, 1:11“. p. 43.

        “The Hebrew word rabbi means “my master”, and it is a term of respect that came into common use as a title for religious scholars towards the end of the first century CE. The use of the title became regulated as formal procedures were established for the ordination of authorities in the interpretation of Jewish religious law – which was the rabbis’ main function. It is therefore common to refer to this era and its literature as “rabbinic”.
        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part I, The Historical Framework. Judaism of the Talmud and Midrash“. New York: Routledge, 2009. p.42.

        “Evidently the scribe in his own estimation belonged to a higher caste. And so it was understood by the people who, after the time of Hillel introduced the custom of saluting them "Rabbi". The word, derived from the Hebrew Rab, "great", originally seems to have been equivalent to "my lord"; when it became the distinctive title of the scribes the specific force of its pronoun was lost, and "Rabbi" was used very much like our "Doctor". That this title was far from unpleasant in the ears of the scribes we know from Matt., xxiii, 7. In point of fact a pupil never would omit it when speaking to or of his teacher (Berach., xxvii, 1), and it became a universal usage never to mention the name of a doctor of the Law without prefixing "Rabbi". Nay more, in order to show the person greater honour, this title was intensified into "Rabban", "Rabboni", so that in the course of time custom established a kind of hierarchy among these various forms: "Rabbi", the doctors said, "is more than Rab, Rabban more than Rabbi, and the proper name more than Rabban."
        Souvay Léon Charles. Catholic Encyclopedia. Volume 12. The Gilmary Society, 1913."Rabbi and Rabbinism".

        “While Reform Judaism has always professed full equality for men and women, it was only in the latter decades of the twentieth century that female rabbis became a familiar feature of the movement.“
        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part I, The Historical Framework. The Modern Era. New York: Routledge, 2009. p.123,124.

        “Although the functions of the rabbi in contemporary western Jewish communities have come to resemble those of Christian clergy, involving pastoral counselling, preaching, and performing rituals on behalf of the congregation, the rabbi’s original role was as an expert in Jewish law (halakhah) and the chief judge of the community. The roles of modern rabbis were now extended to pastoral functions and to preaching of theology and moral instruction. One area in which the modern rabbi maintains a closer resemblance to his or her ancient counterpart is in the role of a preacher. The weekly sermon, a literary oration in which the rabbi would creatively link the words of the Bible to the concerns of the community, was a crucial part of the Sabbath or holiday synagogue service in ancient times, and forms the basis for much of midrashic literature.“
        Segal, Eliezer. Introducing Judaism. “Part III, Jewish Observances And Institutions. Places of Worship: Temple and Synagogue“. New York: Routledge, 2009. p.254.

        “In Judaism, a rabbi is a teacher of Torah. This title derives from the Hebrew word רַבִּי rabi meaning "My Master" (irregular plural רבנים rabanim, which is the way a student would address a master of Torah. The word "master" רב rav literally means great one'."
        Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Rabbi

        "Hebrew term used as a title for those who are distinguished for learning, who are the authoritative teachers of the Law, and who are the appointed spiritual heads of the community. It is derived from the noun , which in Biblical Hebrew means "great" or "distinguished," and in post-Biblical Hebrew, "master" in opposition to "slave" (Suk. ii. 9; Giṭ. iv. 4) or "pupil" (Ab. i. 3). In the Palestinian schools the sages were addressed as "Rabbi" (my master). This term of respectful address gradually came to be used as a title, the pronominal suffix "i" (my) losing its significance with the frequent use of the term. Nathan ben Jehiel, in the "'Aruk" (s.v. ), quotes the following passage from the letter addressed by Sherira Gaon to Jacob ben Nissim with regard to the origin and signification of the various titles derived from : "The title 'Rab' is Babylonian, and that of 'Rabbi' is Palestinian. This is evident from the fact that some of the tannaim and amoraim are called simply by their names without any title, e.g., Simon the Just, Antigonus of Soko, Jose ben Johanan; some bear the title 'Rabbi,' e.g., Rabbi Akiba, Rabbi Jose, etc.; others have the title 'Mar,' e.g., Mar 'Uḳba, Mar Yanuḳa, etc.; others again bear the title 'Rab,' e.g., Rab Huna, Rab Judah, etc.; while still others have the title 'Rabban.' e.g., Rabban Gamaliel and Rabban Johanan ben Zakkai. The title 'Rabbi' is borne by the sages of Palestine, who were ordained there by the Sanhedrin in accordance with the custom handed down by the elders, and were denominated 'Rabbi,' and received authority to judge penal cases; while 'Rab' is the title of the Babylonian sages, who received their ordination in their colleges. The more ancient generations, however, which were far superior, had no such titles as 'Rabban,' 'Rabbi,' or 'Rab,' for either the Babylonian or Palestinian sages. This is evident from the fact that Hillel I., who came from Babylon, had not the title 'Rabban' prefixed to his name."
        Jewish Encyclopedia.Pennsylvania, 2002-2011. "Rabbi". http://www.jewishencyclopedia.com/articles/12494-rabbi

        Yeshua (Jezus) werd ook “rabbijn / rabbi” genoemd omdat hij namelijk ook, net als ik, een rabbijnse opleiding achter de rug had + smicha (rabbijnse bevoegdheid door middel van handoplegging) had ontvangen! Hij was een leraar + smicha = rabbijn! Zie:

        1. Yochanan (Johannes) 1:49,50
        2. Yochanan (Johannes) 3:1,2
        3. Yochanan (Johannes) 3:25,26
        4. Yochanan (Johannes) 4:31
        5. Yochanan (Johannes) 6:25
        6. Yochanan (Johannes) 9:1,2
        7. Yochanan (Johannes) 11:8
        8. Mattityahu (Matteüs) 26:25
        9. Mattityahu (Matteüs) 26:48,49
        10. Marcus 9:5
        11. Marcus 10:51,52
        12. Marcus 11:21
        13. Marcus 14:45

        Laten we nog een keer de tekst lezen die vaak verkeerd wordt begrepen. En dan niet alleen die tekst maar ook de verzen die erna komen. Wat ontdekken we nog meer?
        We hebben inmiddels achterhaald, door de tekst in context te lezen, dat Jezus het tegen,- en over een specifieke groep mensen had, NIET TEGEN OF OVER IEDEREEN, NIET ALLE LERAREN. Laten we verder lezen:
        Vers 7: “….en van de begroetingen op de markt en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen…”
        Vers 8: “…want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.”
        Vers 9: “En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.”
        Vers 10: “Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.”

        1 Rabbi of rabbijn: Jezus werd rabbi/rabbijn genoemd en naast hem een aantal in zijn tijd en velen na zijn tijd tot op de dag van vandaag! Wij zijn leraren en geestelijke leiders. Als Jezus bedoelde dat je echt niemand rabbi of rabbijn zou mogen noemen, dan zou hij zichzelf ook niet zo laten noemen!
        2 Vader: Betekent dit dat wij niemand onze vader mogen noemen? Hebben wij nooit onze eigen vader ‘vader’ genoemd? Of met een soortgelijke term zoals “pa”, “pappa”, “papa”, “pappie”? Is het 'fout' of kwaadaardig om deze termen uit te spreken? Is dit wat Jezus werkelijk bedoelde?
        3 Leidsman of leidslieden: Een voorganger, pastor, diaken, dominee, jeugd-pastor, kinderleider of leidster, zondagschool juf of meester, rabbijn, priester, pastoor, voorzanger, pianist en organist die de zangdienst begeleidt et cetera. Dit zijn allemaal voorbeelden van leidsmannen en/of vrouwen. Betekent dit dat we niemand zo mogen noemen? Is dit werkelijk wat Jezus bedoelde? Als dit zo is dan zondigen we met z’n allen continue! Zowel Christenen als Joden.

        Over de functie Rabbijn in de Thora:

        1. Welke functie had Moshe (Mozes)?
        2. Wat wordt er bedoeld met de oudsten?
        3. Wie waren de mannen van de Grote Vergadering, Sanhedrin?
        4. Welke functie had Yehoshua?
        5. Welke functie had Samuel hanavi gedeeltelijk?
        6. Als God spreekt over de "Herders van Israel" in de Tenach, wie bedoeld Hij dan?

        HaShem heeft de wijsheid gegeven dat het volk leiders zou krijgen. De mensen hierboven genoemd waren allemaal type Rabbijnen.Ja inderdaad nog voordat de daadwerkelijke titel 'uitgevonden' was. De Christelijke titels van 'voorganger', 'pastor' en 'dominee' zijn van die van ons afgeleid. Als het verboden is om iemand 'Rabbijn' te noemen dan mag men ook niet de Christelijke termen noemen.

        Conclusie

        Nog even de vragen op een rij.

        1 Mogen we niemand rabbijn of rabbi noemen? Dat zou dan hetzelfde betekenen voor Yeshua (Jezus). Hij werd zo genoemd zoals we eerder hebben kunnen lezen. Spreekt hij zichzelf tegen? Is Yeshua (Jezus) hypocriet?
        2 Hebben wij nooit onze eigen vader ‘vader’ genoemd? Of met een soortgelijke term zoals “pa”, “pappa”, “papa”, “pappie”? Is het kwaadaardig om deze termen uit te spreken? Is dit wat Jezus werkelijk bedoelde?
        3 Een voorganger, pastor, diaken, dominee, jeugd-pastor, kinderleider of leidster, zondagschool juf of meester, Rabbijn, voorzanger, pianist en organist die de zangdienst begeleidt et cetera. Dit zijn allemaal voorbeelden van leidsmannen en/of vrouwen. Betekent dit dat we niemand zo mogen noemen? Is dit werkelijk wat Jezus bedoelde?

        3x nee! Lees de context! Hij had het over een specifiek groep mensen die zich op een negatieve manier gedroegen. DAN verdient zo iemand, of zo’n groep mensen het niet om rabbi, vader of leidsman genoemd te worden! Het gaat niet zozeer om het gebruik van titels richting personen maar Yeshua (Jezus) legt de nadruk op gedrag, karakter, persoonlijkheid. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat wij in dienst staan van jullie allemaal! Wij zijn er om jullie te dienen!

        Warme groeten!

        Rabbijn Sipporah Joseph

           

         

         

        Studeer de joodsewortels van de Bijbel vanuit huis, flexibel, wanneer het u uit komt! | Studeren aan de Messiaanse yeshive (Joodse onderwijsinstelling, Bijbelschool) |
        Onderwijs
        van Messiaanse Rabbijn Sipporah Joseph |
        Messiaans Joodse Beweging |
        Messiaans Jodendom